Luctor et emergo

Ik heb lang getwijfeld of ik dit wel moest schrijven. Mensen buitelden over elkaar heen om hun eigen verhaal te vertellen naar aanleiding van het essay van Rianne Meijer afgelopen weekend in de Volkskrant, over de zelfgekozen dood van haar moeder. En ik wil niet iemand zijn die zegt: ‘Jeetje wat erg dit, maar luisteren jullie nu eens over wat mij nou overkwam toen ik…!’ Maar ik ga die persoon nu wel zijn. Omdat het probleem groter en pregnanter is dan mijn angst gezien te worden als aandachttrekkende ijdeltuit. En omdat het belangrijk is om de verhalen te horen van mensen voor wie – zelfs al hebben ze een uitstekend sociaal vangnet, een empathische werkgever en adequate hulpverlening en doen ze zelf keihard hun best, elke dag alsnog een strijd is.

Vecht-of-vluchtreactie
Zelf loop ik sinds mijn zestiende zo nu en dan de deur plat bij afwisselend de ggz en zelfstandig gevestigde psychologen en psychiaters. Nu op mijn vierendertigste, durf ik te zeggen dat ik weet hoe het werkt. Ik ben autistisch met depressieve episodes. Dat laatste weet ik al sinds mijn tienerjaren, het eerste pas sinds twee jaar. Daarvoor heb ik jarenlang aangerommeld, wat deels mijn eigen schuld is. Ik zag therapie als een spel, en geen enkele hulpverlener wist daar doorheen te prikken. Ik weet hoe ik vragenlijsten in moet vullen zodat het lijkt alsof er niets aan de hand is. Ik weet ook hoe ik ze in moet vullen zodat er wel wat aan de hand is. Het baseren van behandelingen, en het inschatten van de duur ervan, op basis van deze evaluaties lijkt mij alleen al daarom een onzalig plan. Trots als ik was dat ik weer zo’n psycholoog om de tuin had geleid, fier op mezelf als ik het gesprek dat daarop volgde zo wist te manipuleren dat mijn dossier werd gesloten en ik genezen naar huis werd gestuurd. Het is een rare tactiek van zorg mijden, maar wel eentje die ik vaker voorbij zie komen. Daarnaast is het verloop van depressies grillig: de ene dag lig je huilend in bed, de dag erna struin je emotieloos door het leven en even later lach je een kassamedewerker vriendelijk toe. Als je een goede dag hebt, is de kans groter dat je eindelijk eens die verdomde vragenlijst invult. Waarschijnlijk vul je hem dan positiever in, waardoor het lijkt alsof er schot in de zaak zit. En als je bent zoals ik, en je vecht-of-vluchtreactie te scherp is afgesteld, beschermen de hersenen tijdens een crisis zichzelf door bepaalde delen af te sluiten. Herinneringen worden niet opgeslagen. Kort gezegd: ik vergeet nog weleens hoe slecht het gaat als het slecht gaat.

Overprikkeling
Als ik overprikkeld ben, dan slaan de paniekaanvallen toe. En als ik heel ernstig overprikkeld ben, volgen ze elkaar op in een razend tempo waardoor er geen coherente gedachtevorming meer plaats kan vinden. De spieren verkrampen, het hart knalt tegen de borstkas, de lichaamstemperatuur stijgt en het enige wat ik wil is een donkere kamer, kalmeringspillen tot ik niets meer voel en een dokter die deze voorschrijft. Afgelopen donderdag was het zover. Omdat ik in deze situatie niet alleen kan – neen, mag! – zijn was ik bij mijn ouders thuis. Mijn moeder belde de huisartsenpost, want deze dingen gebeuren het liefst ’s avonds of in vakantieperiodes. De crisisdienst was niet op mij van toepassing werd haar verteld, omdat ik niet bekend ben bij de ggz. Nogal wiedes, bij een eerdere crisis verkoos ik de relatief korte wachttijd van een vrij gevestigde psychiater boven de drie maanden die ik bij de ggz moest wachten voor een intakegesprek. Voor de goede orde: dat is nog geen behandeling, daarvoor zijn de wachtlijsten nog langer. Mijn huisarts kon ook niets beginnen, hij is immers niet mijn behandelend arts in dezen. De eerdergenoemde crisisdienst is er dus enkel en alleen voor crises bij ggz-patiënten die een gevaar vormen voor zichzelf of hun omgeving. Ik was geen van beide op dat moment, en mijn dossier bij de ggz is al een jaar of zes gesloten. Als je wegens de ellenlange wachtlijsten dus je heil ergens anders hebt gezocht, is er helemaal niks op het gebied van acute geestelijke gezondheidszorg beschikbaar. En dat vind ik, voor een aangeharkt land als het onze, een grove schande.

Eigen identiteit
Wat mij uiteindelijk heeft geholpen tot een definitieve diagnose te komen, is toegeven dat ik bagatelliseer en manipuleer zodat ik aan mijn eigen standaard kan voldoen. Ik wil alles kunnen en doen en doe mezelf daarom beter voor dan ik ben. Daarnaast heb ik het spiegelen tot kunst verheven, als mijn gesprekspartner enthousiast is dan ben ik dat ook. Sociale normen en mores heb ik keurig afgekeken van mijn neurotypische vrienden, kennissen en collegae en mij eigen gemaakt. Het nadeel daarvan is dat je soms niet meer weet waar de enige-echte-ik ophoudt en de aangeleerde-ik begint. Grenzen vervagen wat leidt tot vragen over de eigen identiteit, wat weer kan leiden tot depressies. Goede diagnostisering en begeleiding is dan ook essentieel. Dat tussentijds de balans wordt opgemaakt aan de hand van gestandaardiseerde vragenlijsten lijkt mij zinnig, mits gekoppeld aan gestructureerde interviews. De vragenlijsten alleen zijn niet zaligmakend, al heb ik ook wel behandelaars meegemaakt die enkel met lijsten werken die je zelf thuis in kan vullen. Dat werkt dus niet. Sterker nog, het afnemen van gestructureerde interviews is vaak een stuk effectiever. Je kan zijpaden bewandelen, nuanceren, nog eens terugkomen op een eerder antwoord en laten we eerlijk zijn; in een gesprek van uren is het een stuk moeilijker om iemand voor de gek te houden dan in een consult van amper drie kwartier.

Pech
De crisisdienst is de naam crisisdienst nauwelijks waard. Als je in crisis bent, heb je pech. Er bestaat geen telefoonnummer of psychiaterspost waar je heen kan met acute hoofdnood buiten kantoortijden. Je hebt het maar gewoon zelf op te lossen, en als je daartoe niet in staat bent – je hebt de crisisdienst niet voor niets nodig – is dat jammer voor je. Ik heb het geluk mensen om me heen te hebben die mij willen en kunnen helpen in tijden van nood. Er zijn echter ook mensen die dat niet hebben. Deze mensen zijn helemaal alleen, en als ik daaraan denk breekt mijn hart in duizend stukjes.

Luctor et emergo
Tags: